Informatieve
Medische Brochures
Medische Beeldvorming
Nucleaire Magnetische Resonantie : N.M.R. (1)
Inleiding
(U vindt de uitleg van sommige termen of afkortingen in de kleine woordenlijst op het einde van de pagina)
NMR is zeer belangrijk geworden in het geheel van de modaliteiten van diagnose
door beeldvorming. Op dit ogenblik, leveren de diagnostische toepassingen
van NMR hoofdzakelijk morfologische inlichtingen : de tomografische doorsneden
van het menselijk lichaam worden bekomen met hoge resolutie (gaande tot
0,1 mm) met een uitstekend contrast tussen de weefsels van verschillende
natuur. De nucleaire magnetische resonantie (NMR) is gebaseerd op de mate
dat nucleaire signalen opgewekt worden door de waterstofkernen (protonen)
in antwoord op de impulsen van de radiofrekwenties. De frekwentiedraagster
van deze impulsen is in overeenstemming met de frekwentie van Larmor van
de protonen met het doel om een doeltreffende interactie te veroorzaken
(resonantie) tussen radiofrekwente impulsies en protonen.
Het optimaliseren van het verband signaal/geluid en tegelijkertijd, deze
van de resolutie, zijn de voornaamste redenen voor de keuze van het proton
als doelwit van de BMR. Het zijn in het bijzonder de waterprotonen die ontdekt
worden, het water de belangrijkste samensteller zijnde van de biologische
weefsels. Het zijn veruit de waterprotonen die de meest intense signalen
opwekken. Ondanks een veel zwakkere concentratie van sodium ionen, heeft
men eveneens aangetoond dat de BMR van het 23Na eveneens een potentieel
van klinisch nut heeft, in het bijzonder voor de vasculaire toevallen. Desondanks,
is het aantal groepen die in dit onderzoek betrokken zijn, weinig belangrijk.
De intensiteiten ter hoogte van de beelden BMR van het protonworden bepaald
door de relaxatie van de waterprotonen naar het evenwicht, na een excitatie
door de radiofrekwente golven. Dit relaxatiegedrag is in functie van de
macromoleculaire omgeving van de waterprotonen en kan bij gevolg variëren
van weefsel tot weefsel. Zo is het contrast tussen de weefsels en de BMR
van intrinsieke natuur. De contrasten kunnen gemoduleerd worden variërend
volgens de timing van de reeks toegepaste RF impulsies. Gewoonlijk, regelt
men het zo om het één of andere fenomeen in exhibitie te plaatsen,
de relaxatie van de protonen beherend : het effect T1 of "overlangse"
relaxatie en het effect T2 of "dwarse" relaxatie. Hierdoor zijn
de beelden genaamd ofwel evenwichtig T1 ofwel evenwichtig T2.
Telkens en jammer genoeg, ontbreekt het signaal bekomen door Magnetische
Resonantie de specificiteit om twee structuren te onderscheiden. Contraststoffen
zijn ontwikkeld om ons te helpen om dit probleem op te lossen. Hun verspreiding
in het lichaam benadert die van de contraststoffen gebruikt voor de scanner
met X-stralen. Zij worden over het algemeen intraveineus ingespoten en hebben
tot nu toe nog geen toxiciteit aangetoond; zij zijn eigenlijk veel veiliger
dan de geïodeerde produkten. Het mechanisme van contrastvorming met
deze BMR contrastprodukten is fundamenteel verschillend van hetgeen gebeurt
met de geïodeerde produkten. Inderdaad, in het geval van de NMR, is
het niet de contraststof alleen maar eerder de werking van het produkt op
de karaktereigenschappen van de relaxatie van de waterprotonen in het omgevend
milieu die een variatie van het signaal opwekt. Het betreft dus een indirect
effect, dat overigens niet lineair verbonden is met de geïnjecteerde
dosis.
Klinische Indicaties (deel 2) : klik hier
Kleine woordenlijst :
CT of CT scanner : scanner met X-stralen, ook genoemd tomodensitometrie
of eenvoudigweg scanner. Het betreft een techniek uitgevonden door Geoffrey
Hounsfield (Nobelprijs voor Geneeskunde in 1978) in het begin van de jaren
70, die een tomografische studie van het lichaam (in doorsneden).
BMR : beeldvorming door magnetische resonantie.
NMR : nucleaire magnetische resonantie : investigatietechniek
op basis van BMR en gebruikt geweest in het begin in de chemische laboratoriumanalyse
(sinds de werken van Bloch en Purcil in het begin van de jaren 50). Deze
techniek ligt aan de basis van de BMR en de benaming dekt ook de spectroscopie
door magnetische resonantie die in vivo beschikbaar is op het apparaat met
hoog veld in het Bordet Instituut.
Adenopathie : abnormale lymfeklier.
Angiographie : beeldvorming van de bloedvaten.
Intra-cavitaire antenne : kleine antenne die men in een
holte van het lichaam kan brengen (zoals bijvoorbeeld het rectum voor sommige
onderzoeken in hoge resolutie van de prostaat).
Phased array : gerangschikt net (zegt men van een manier
van verbinden van de antennes onder elkaar om het signaal te optimaliseren).
Rétropéritoine : anatomische ruimte die achter
in de buikholte ligt.
Terug : Keuze van Informatieve Medische Brochures
Verificatie van deze bladzijde : 03/2011
