Informatieve Medische Brochures
Medische Beeldvorming
Uw Vragen over het Opsporen en de Diagnose van Borstkanker
De risicofactoren van borstkanker
Welke factoren verhogen de kans om borstkanker te ontwikkelen ?
Borstkanker is niet het gevolg van één oorzaak, maar van de opeenvolgende, cumulatieve actie van verschillende factoren. Met andere woorden : borstkanker heeft een "multifactoriële" oorzaak. De familiale achtergrond (erfelijkheid, genetische factor) kan borstkanker in de hand werken door de vrouw kwetsbaarder te maken bij blootstelling aan andere factoren. Het samengaan van "kleine risicofactoren" met erfelijke aanleg kan verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van kankercellen. Merk op dat men een vatbaarheid (kwetsbaarheid) voor kankerverwekkende stoffen erft en niet de kanker zelf.
Voor bepaalde types van borstkanker is de hormonale toestand, hoofdzakelijk de export van oestrogenen, een belangrijke risicofactor, bijvoorbeeld bij :
- een lange periode van seksuele activiteit in combinatie met menstrueren op jonge leeftijd en een late menopauze
- een eerste zwangerschap op latere leeftijd (na 35 jaar)
- het feit van geen borstvoeding te geven
- zwaarlijvigheid en alcoholverbruik, die allebei tot een overproductie van oestrogenen leiden
- de hormonale vervangtherapie na de menopauze
De anticonceptiepil blijkt de kans op borstkanker niet te vergroten.
Het behoren tot een familie waar zich al gevallen van borstkanker hebben voorgedaan speelt eveneens een rol: een vrouw met familieleden in de eerste graad die borstkanker hebben ontwikkeld, heeft driemaal meer kans om zelf borstkanker te ontwikkelen. Hoe vroeger de borstkanker is uitgebroken, hoe groter het risico. Indien er aan beide zijden kanker werd vastgesteld, neemt de kans nog toe.
Vroegere biopsies voor een nog goedaardig letsel die als voorloper van kanker kan beschouwd worden zoals de atypische epitheliale hyperplasie (of celvermeerdering), vormen ook een risicofactor.
Kan ik iets doen om de kans op het ontwikkelen van borstkanker te verminderen ?
Neen, momenteel heeft nog geen enkele studie de impact van de levenswijze op de kans om borstkanker te ontwikkelen aangetoond. Een combinatie van zogenaamd "kleine" risico's, vooral wanneer er in de familie gevallen van kanker bekend zijn, kan echter een kankerproces op gang brengen.
- De voeding : er lijkt een verband te bestaan (ook al is dat nog niet formeel bevestigd) tussen het verbruik van verzadigde dierlijke vetten (boter, vet vlees) en een toegenomen risico op borstkanker. Borstkanker komt 5 tot 7 maal minder voor in Azië (Japan), waar men meer vis en groenten eet, en minder vlees. Indien deze vrouwen (bijvoorbeeld) naar de Verenigde Staten emigreren, dan halen ze op één generatie tijd de Amerikaanse vrouwen in op het vlak van het aantal gevallen van borstkanker. Men raadt aan voedingsproducten te consumeren die rijk zijn aan vitamine A, E en C (fruit en groenten) en eveneens plantaardige vezels die de darmtransit bevorderen en zo de contacttijd tussen het darmslijmvlies en kankerverwekkende stoffen verminderen. Het verdient de voorkeur het verbruik van zoute of gerookte voedingsproducten te vermijden omdat die nitrieten bevatten die eveneens kankerverwekkend zouden zijn.
- Tabak en alcohol worden in bepaalde werken ook genoemd als verwekkers van kanker.
- Het effect van blootstelling aan vervuilende scheikundige stoffen in de lucht, in het water en in onze voeding wordt eveneens met de vinger gewezen.
Daar staat tegenover dat lichaamsbeweging (3 à 4 uur per week) het risico op borstkanker zou kunnen verminderen.
Speelt stress een rol in het uitbreken van borstkanker ?
Er werd nooit aangetoond dat stress, een emotionele schok of een depressieve toestand de ontwikkeling van kanker zou bevorderen. Maar net als bij elke andere ziekte zijn een positieve ingesteldheid, de wil om de ziekte te bekampen en een behandeling te ondergaan erg belangrijk.
Hoe zit het met familiale of genetische factoren ?
De aanwezigheid van gevallen van borstkanker in de familie is een van de "grote" risicofactoren bij borstkanker (wat niet wil zeggen dat men geen kans loopt om borstkanker te ontwikkelen als er in de familie geen gevallen bekend zijn).
4 tot 10% van de bevolking vertoont een "sterke" erfelijke aanleg waarbij de kans om borstkanker te ontwikkelen erg hoog is (tot 80% in de loop van het leven). Deze erfelijkheid houdt verband met een afwijking van een zogenaamd "dominant autosoom" gen (BRCA1, BRCA2). Dit gen kan afkomstig zijn van de moeder of de vader.
De helft van het aantal gevallen van borstkanker bij vrouwen met erfelijke aanleg komt voor bij vrouwen jonger dan 40 jaar en in dat geval is het vaak aan beide borsten.
In ongeveer 15% van de andere gevallen bestaat er een "gevoeligheid" die verband houdt met zwakke genen en de associatie van "kleine risico's". De aanwezigheid van gevallen van borstkanker in een familie wijst niet noodzakelijk op een onderliggende genetische aanleg, maar kan te wijten zijn aan een toevallige accumulatie van gevallen.
De risicobevolking is moeilijk op te sporen in families waar er weinig vrouwen zijn, vooral indien de genetische aanleg langs vaderskant wordt doorgegeven. De kans voor een vrouw om borstkanker te ontwikkelen wordt met factor 1.5 tot 3 vermenigvuldigd indien ze een moeder, dochter of zus heeft die getroffen werd door een dergelijke aandoening. Die kans stijgt nog indien de verwante jong is op het ogenblik van de diagnose of indien de kanker aan beide borsten wordt vastgesteld (factor 1.5 tot 9).
