Historiek
Jules Bordet (1870-1961)
Biografie
Jules Bordet werd geboren op 13 juni 1870 te Soignies.
Vijf jaar later, werd zijn vader, onderwijzer, benoemd in de Middenschool van Schaarbeek. De hele familie verhuisde naar Brussel, aan de andere zijde van de Poggeplaats, naar het nummer 48 van de Ruchestraat.
Begonnen op de leeftijd van 10 jaar in de Athenée Royal de Bruxelles, Eikstraat, dat vandaag zijn naam draagt, studeerde Jules Bordet af op 16 jarige leeftijd en schreef zich in op de Faculteit van Geneeskunde van de U.L.B., waar hij in contact kwam met de laboratoria van Paul Héger en Leo Errera.
Hij slaagde in één jaar tijd in de twee eerste kandidaturen en bekwam in 1892 terzelfder tijd als zijn twee jaar oudere broer, zijn diploma van dokter in de geneeskunde op de leeftijd van 22 jaar en dit met de grootste onderscheiding.
Een reisbeurs van de regering liet hem toe naar het laboratorium van Elie Metchnikoff van het Pasteurinstituut in Parijs te gaan in 1894. Deze was een groot zoöloog, die pas de phagocytose ontdekt had - digestie - van bacteriën door witte bloedlichaampjes. Deze ontdekking opende de deur voor de studie van de cellulaire immuniteit.
Louis Pasteur, heel oud, werkte er niet meer op regelmatige wijze maar al zijn medewerkers maakten van het "Instituut" één van de meest illustere instellingen ter wereld van wetenschappelijk onderzoek.
In 1895, toonde Bordet aan dat twee elementen moeten aanwezig zijn in het serum om de vernietiging van de wand van de bacteries te veroorzaken(= bacteriolyse):
1) één van deze twee elementen is een antilichaam dat men alleen aantreft bij dieren die reeds immuun zijn tegen de bacterie.
2) de andere, genoemd alexine of complement, is een element dat men aantreft bij alle dieren.
Het is zo dat Jules Bordet de weg opende naar de serologie of de studie van de vochten omdat zij gevat zit in de "vochten" - organische vloeistoffen - door oppositie aan de cellulaire immuniteit.
| De vochtenimmuniteit is dus de bekwaamheid specifieke antilichamen te produceren tegen vreemde bacteriën (= antigenen). Deze specifieke antilichamen hechten zich aan de antigenen en maken ze zo gevoelig voor het complement. Het complement kan zich dan vasthechten aan het koppel antigeen-antilichaam : dat is wat men noemt de reactie van hechting van het complement. Eénmaal het complement vastgehecht, valt hij het antigeen aan : de bacterie sterft door bacteriolyse. Nadien,ontdekte Bordet dat bij toediening deze maal van de rode bloedcellen ( . ) in bloedserum, dezen eveneens vernietigd worden als er complement in het serum aanwezig is : in dit geval gaat het over hemolyse. Maar, als er rode bloedcellen (= erythrocyten) toegediend worden na de bacteriolyse, blijven ze intact omdat al het vrije complement zich reeds gehecht heeft op de complexen antigeen-antilichaam. Het is zo dat men in een serumstaal de aanwezigheid van een wel bepaalde bacterie kan opsporen. Deze ontdekking heeft hem toegelaten bloedtesten op punt te stellen (techniek van de serodiagnose) die aantonen of een persoon in contact geweest is met één of andere infectie kracht. Het is dus "voldoende" een serum toe te voegen 1) specifiek antilichaam van een bacterie, 2) van het complement en, 3) rode bloedcellen : als de rode bloedcellen intact blijven betekent dit dat de bacterie aanwezig is. Deze techniek die men de "proef van Bordet-Wassermann" noemt, laat dus toe de aanwezigheid van sommige bacteries veroorzakers van ziekten zoals typhus, tuberculose, syphilis enz., te ontdekken. |
In dit spoor, toont Jules Bordet ook dat de antilichamen de verschillende diersoorten onderscheiden, hetgeen bewijst dat de zoölogische diversiteit steunt op de chemische moleculen die karakteristiek zijn voor elke soort. Bovendien, ter hoogte van een zelfde diersoort, kunnen antilichamen antigenen herkennen die aanwezig zijn in slechts bepaalde individuen, hetgeen leidt tot de ontdekking van de bloedgroepen, daarna leucocytairen en aan heel de Transplantatie-immunologie.
Het verblijf van Jules Bordet in Parijs zal zeven jaar duren.
Terzelfdertijd, op initiatief van het Pasteur Instituut maakte hij een reis naar Zuid Afrika waar de pest de troepen teisterde. Jules Bordet prees de serovaccinatie aan die spoedig tot een uitroeiing van de ziekte leidde. Hij maakte er kennis met Robert Koch, ontdekker van de tuberculose bacil.
In 1899, trouwde Jules Bordet met Marthe Levoz met wie hij drie kinderen zal hebben, twee meisjes en een zoon : Simone trouwde met Maurice Craps, Professor Huidziekten, Marguerite trouwde met Jean Govaerts, Professor Heelkunde en zijn zoon Paul, was geboeid door dezelfde roeping als hijzelf.
In maart 1900, creëerde de Provincie Brabant een "antirabisch en bacteriologisch instituut" in de rue du Remorqueur 28 te Brussel.
Terug in Brussel in 1901, nam Bordet er het beheer van waar en doopte het met toestemming van Mevr. Pasteur, het "Institut Pasteur du Brabant".
Dit instituut zal het enige Pasteur Instituut ter wereld zijn, niet een filiaal zijnde van het moederhuis in Parijs.
Jules Bordet en Octave Gengou (ander bekend Belgisch bacterioloog : 1875-1957) ontdekten in 1906 de bacterie die verantwoordelijk is voor kinkhoest (deze bacterie is genoemd bacil van Bordet-Gengou of nog Bordetella pertussis). Vandaag, is de meerderheid van de kinderen ingeënt tegen kinkhoest.
Jules Bordet ontdekte eveneens die van de aviaire difterie en van het mycoplasma van de pleuropneumonie bij runderen.
Hij beschreef verschillende immunologische mechanismen tot dan toe onbekend, interesseerde zich aan de bloedstolling en de studie van de bacteriophagen.
Gedurende de eerste wereldoorlog, publiceerde hij het "Traité de l'Immunité dans les maladies infectieuses" die doorslaggevend zal zijn gedurende meer dan dertig jaar en waarvan een tweede editie verscheen in 1939.
Door zijn onderzoek op de immuniteit, ontving hij de Nobelprijs van Fysiologie en van Geneeskunde in 1919.
Behalve het beheer van het Pasteur Instituut, was Bordet professor Bacteriologie aan de Université Libre de Bruxelles (van 1907 tot 1935) ; hij was lid van verschillende Academies en Doctor Honoris Causa van talrijke universiteiten in de wereld en was onder meer genoemd in 1933, tot het Voorzitterschap van de Wetenschappelijke Raad van het Pasteur Instituut te Parijs.

Maar hij interesseerde zich ook voor andere domeinen dan de geneeskunde : hij publiceerde ook een schrift over Astronomie en verschillende politieke werken met betrekking tot het beheer van publieke zaken ; hij interesseerde zich eveneens voor de litteratuur en besteedde veel tijd aan ontspanning met zijn familie.
Koningin Elisabeth betuigde hem dikwijls haar belangstelling en sympathie.
In 1940, ging Bordet op rust : zijn zoon volgde hem op niet alleen als hoofd van het Pasteur Instituut maar ook op de kansel van professor Bacteriologie van de ULB.
Jules Bordet stierf op 6 april 1961 in zijn negentigste jaar en werd begraven op het kerkhof van Elsene ; zijn echtgenote stierf 5 maanden later.
Te Brussel, heeft Jules Bordet zijn naam gegeven aan de straat die langs het kerkhof van Brussel loopt en zijn naam geassocieerd met de naam van zijn meester Paul Héger, is opgedragen aan de Héger-Bordetstraat, klein straatje dat zich bevindt tussen het Ministerie van Justitie en het Bordet Instituut.
Wij danken Professor André Goovaerts voor de foto's.
