| Documentatie van het Museum van Geneeskunde |
Ritueel : Opening van de mond (Egyptische Fragment laagrelief - XIX-XXe dynastie |
Heelkundig materiaal - Romeinse eeuw (1ste eeuw na JC) - Kopermengeling |
Historiek
Geschiedenis van Kanker (Geschiedenis tot 1200 na J.C.)
Een beetje Geschiedenis !
De gekende geschiedenis van kanker begon met de Egyptenaren ; zij evolueerde zeer langzaam gedurende de eeuwen heen met een versnelling van de kennis in de 17de eeuw dank zij verschillende ontdekkingen en uitvindingen, onder andere, van de microscoop in 1590 waardoor de cel-theorie kon opgebouwd worden. De moderne en wetenschappelijke geneeskunde nam het over van de oude geneeskunde omdat deze laatste zich los maakte van alle oude theoriën en zich enkel baseerde op de waarneming van de feiten.
Gedurende duizenden jaren voor onze jaartelling
Gedurende duizenden jaren voor onze jaartelling was de notie van kanker zeldzaam maar er bestaan enkele oude beschrijvingen van tumoren genaamd kwaadaardig. Deze beschrijvingen zijn niettemin niet geheel vertrouwbaar aangezien onder hun, er letsels zijn die zichtbaar resulteren uit traumatismen of blessures.
Sommige inlichtingen vond men op papyrus en beschrijven tumoren gevonden op mummies : op een papyrus die dateert van 3000 tot 2000 vóór J.C. vindt men een beschrijving van tumoren en verzweringen van de borst behandeld door cauterisatie; op een andere papyrus over geneeskunde, en daterende van 1552 vóór J.C.wordt afgeraden een grote tumor van de dij weg te nemen wegens fataal risico voor de patiënt.
Er was, desondanks, zeer weinig informatie over kanker tot Hippocrates.
De Oudheid
Hippocrates (460-370 vr J.C.),
zeer beroemd Grieks geneesheer. Volgens zijn talrijke zeer precieze beschrijvingen van de verschillende ziekten, leek het evident dat hij kankerpatiënten verzorgde : hij beschreef inderdaad letsels van dit type die betrekking hadden op de huid, de borst, de maag, de baarmoederhals en het rectum en maakte een classificatie hiervan. Hij merkte op dat het beter was sommige kankers niet te behandelen, namelijk degenen die hij "occult" noemde omdat de patiênten niet lang overleefden bij behandeling. (Het woord "occult" gebruikt door Hippocrates, beantwoordt niet aan zijn actuele waarde van "beginnende kanker".).
De enige behandelingen in die tijd bestonden uit cauterisatie en diverse zalven. Er was weinig vooruitgang in de kankerstudie gedurende de drie eeuwen na Hippocrates tot :
Aulus Cornelius Celsus (25 voor J.C. - 50 na J.C.)
Romeins geneesheer beïnvloed door de Griekse en Egyptische geneeskunde.
Hij verklaarde dat kanker vooral optreedt in het bovenlichaam : in de streek van het aangezicht, de neus, de oren, de lippen, de borsten maar ook in verzweringen en in de milt.
Hij beschreef de verschillende graden in de evolutie van de ziekte : de eerste graad genaamd "cacoethes" in het Grieks wordt gevolgd door een carcinoma zonder verzwering en daarna door het grote letsel zelf. Hij dacht dat alleen de "cacoethes" door excisie konden behandeld worden en raadde daarentegen af van meer gevorderde letsels te behandelen : noch zalven, noch cauterisatie, noch excisie.
Reeds in de Oudheid, werd de behandeling van kanker geassocieerd met de graad van vordering van de ziekte en zoals vandaag alle proporties in acht genomen, gebeurt de behandeling globaal in functie van een systeem van stadiumbepaling van de ziekte.
Aretaeus
Van Cappadocië in Klein Azië, leefde in Alexandrië gedurende de 2de en 3de eeuwen voor J.C., beschreef baarmoederhalskanker als oppervlakkige en diepe verzweringen, die daarna de baarmoeder zelf aantastten. Hij beschreef eveneens een andere soort kanker die geen verzweringen vertoont maar eerder overeenkwam met een dikte in de baarmoeder. Hij maakte het onderscheid tussen de twee letsels en constateerde dat kankers met verzweringen de slechtste symptomen hadden en de slechtste prognose.
Leonides (180 na J.C.) van Alexandrië,
Beschreef de tepelretractie als een teken van kanker. Hij deed mastectomiën met een scalpel, door rond de tepel te snijden in het nog gezond weefsel ; de wonde werd daana gecauteriseerd om bloeding te vermijden en overblijvend kankerweefsel te vernietigen. Hij raadde mastectomie af in het geval van gevorderde letsels.
Galien (130-201 na J.C.)
Geboren in Klein Azië te Pergamon, studeerde te Alexandrië en werd later geneesheer in Rome. Zijn theorie was geldig gedurende een millenium.
Hij vond dat tumoren te wijten waren aan een teveel van "humeur", zwarte gal, die hard werd in bepaalde delen van het lichaam zoals de lippen, de tong, de borsten.
Zijn behandeling bestond erin te purgeren om de verharde gal op te lossen. Als het letsel niet regresseerde dan ging hij over tot de excisie.
Deze theorie van de "humeuren" zal vergeten worden en er zal geen noemenswaardige vooruitgang komen gedurende lange tijd.
Alleen de klinische observaties en het verzamelen van gegevens met betrekking tot het gedrag van verschillende tumoren zullen toe laten zeer langzaam vooruitgang te boeken.
Na de dood van Galien, waren er in het Oosten de invasies van de Barbaren : veel Griekse geneesheren vluchtten naar Constantinopel maar er waren geen grote geneesheren meer met uitzondering van Oribase (325-400) en Paul d'Egine (VIIe eeuw).
Op het einde van het 1ste millenium
Op het einde van het 1ste millenium, onderscheidde de Arabische geneeskunde zich in het bijzonder in de strijd tegen kanker door :
Avicienne (980-1037), van Bagdad,
zag dat de kanker langzaam vorderde en daarna de rondliggende weefsels aantastte en vernietigde om te leiden tot een afwezigheid van gevoel in het aangetaste deel.
Albucasis (1013-1106), van Cordoue, in Spanje onder Arabische dominantie,
Beveelde eveneens de excisie aan wanneer het kanker betrof in het beginstadium en gelegen in een bereikbaar gebied : hij raadde aan de omliggende gebieden van de weggenomen tumor te cauteriseren. Bij wijze van pré-operatieve behandeling, purgeerde hij de patiënt van zijn zwarte gal en deed hem daarna bloeden wanneer zijn bloedvaten gezwollen waren ; daarna werd de patiënt op de juiste manier gelegd om over te gaan tot de operatie
Avenzoar (1070-1162), van Cordoba,
Beschreef slokdarm- en maagkanker.
Voor het vervolg van deze tekst (gesplitst om u toe te laten sneller te downloaden), klik hieronder :
Etymologie : klik hier
Geschiedenis : tot 1200 na J.-C. : zie tekst hierboven
Geschiedenis : van 1300 tot 1600 na J.-C. : klik hier
Geschiedeins : van 1700 tot 1900 na J.-C. : klik hier
Besluit : klik hier
Tekst hoofdzakelijk geïnspireerd door de volgende werken :
- "The Theory and Practice of Oncology - Historical evolution and present principles" van Ronald W. Raven
- "Histoire du Cancer" (Tijdschrift "Histoire" nr:74) door Marie-José Imbault-Huart


