Historiek
Geschiedenis van het Bordet Instituut (1822 tot 1934)
19de eeuw
In 1822, ondernam de "Conseil Général des Hospices et Secours de Bruxelles", voorloper van het huidige O.C.M.W., de bouw van het "Grand Hospice" van de Kanaalstraat voor ongeneesbaar zieke thuislozen en voor behoeftige ouderen van een speciaal paviljoen ter intentie van kankerpatiënten.
Gedurende de laatste twintig jaar van de 19de eeuw, zouden de wetenschappers zich meer en meer interesseren voor deze plaag die kanker is : verschillende onderzoeken werden gerealiseerd om de aard ervan te ontdekken.
De ontdekking van de anesthesie, de antisepsie en de asepsie in het laatste kwart van die eeuw, lieten een verbazingwekkende vooruitgang toe in de heelkunde die dan de beste remedie was tegen kanker : de chirurgen waren toen dus de kankerspecialisten.
Er kwamen steeds meer medische publicaties over kanker.
Een peiling die in 1895 gelanceerd werd onder het Belgisch medisch korps, liet toe 722 gevallen van epithelioma te repertoriëren en te bestuderen.
20ste eeuw
De bevolking, in het begin van deze 20ste eeuw, voelde zich meer en meer betrokken door deze ziekte.
Er bestonden dan 2 therapeutische technieken om te vechten tegen kanker : de heelkunde en de radiotherapie, geheel nieuwe wetenschap die de radiumtherapie omvatte (of curietherapie : t.t.z. toediening van een bepaalde hoeveelheid radium ter hoogte van de zieke weefsels) en de diepe radiotherapie (t.t.z. bestraling door RX onder hoog voltage).
De eerste bestralingsproeven te Brussel hadden plaats in augustus 1903 door Dr Thiriar, beroemd chirurg.
In het St. Pietershospitaal werd radium eerst gebruikt door Dr. Bayet, dienstchef Huidziekten, bekend in Parijs.
In 1906, raadpleegde Dr. Vince, Verantwoordelijke van de "Service des Cancéreux au Grand Hospice" bepaalde personaliteiten zoals Ernest Solvay, Evance Coppée en Alfred Brugmann om zijn afdeling te veranderen in een heelkundig instituut voor de behandeling van tumoren met onderzoekslaboratoria.
Het project leek interessant maar de Universiteit verzette zich : ".. de patiënten met kanker in een speciale dienst onderbrengen zou een verwarrende maatregel zijn die schadelijk zou zijn voor de patiënten en rampzalig voor het onderwijs".
Het project raakte in de vergeethoek om 3 jaar later terug op te duiken : deze maal ging het om de oprichting van een paviljoen in het Brugmann ziekenhuis ; maar het project mislukte weer eens, ditmaal wegens financiële redenen.
Een wetsvoorstel van 25 september 1908 creëerde een "commission d'étude du cancer".
In 1918, bestond er nog geen enkele publieke instelling voor radiumtherapie in Brussel: alleen de welgestelden hadden de mogelijkheid zich te laten verzorgen in de privé-instellingen.
In het buitenland, daarentegen, bestond dit type instelling met onderzoekslaboratorium al.
Op 27 juli 1921, besloot de "Conseil Général des Hospices et Secours de Bruxelles" 2 gram radium te kopen voor de Brusselse ziekenhuizen. De prijs bij benadering van 1 gram radium bedroeg toen 1 miljoen Belgische franken !
Het Rode Kruis van harentwege, verwierf in augustus 1921, 1 gram radium en richtte in zijn instituut op de Georges Brugmannplaats een centrum op dat geleid werd door Dr. Bayet waar men thuislozen verzorgden : de publieke ziekenhuizen verwezen er sommige van hun patiënten naar toe.
Het Rode Kruis zonk nochtans snel in financiële moeilijkheden en sloot het centrum op 1 oktober 1924. Het radium werd terug verkocht.
In januari 1923, legde de "Union minière du Haut Katanga" het project voor op 27 juli 1921 van de "Conseil Général des Hospices et Secours de Bruxelles" en bood in huur 8 gram radiumbromure aan, aan de Universitaire Stichting, ter intentie van de 4 grote Belgische universiteiten.
Elk van hen moest 1,75 gram gebruiken voor de behandeling van de patiënten en de 0,25g die overbleef moest dienen voor onderzoek.
De conventie met de Universitaire Stichting eiste dat het radium alleen gebruikt zou worden in de publieke ziekenhuizen.
Bij gevolg, drongen onderhandelingen tussen de Universiteiten en de godshuizen zich op om een tumorendienst op te richten : Dr A Depage werd aangesteld om te onderhandelen en werd ook later aangesteld voor de algemene organisatie van het project.
Antoine Depage, was Senator en Voorzitter van het Rode Kruis ; hij was de promotor van de Belgische Nationale Liga tegen Kanker en had deel genomen aan het akkoord afgesloten met de Rockefellerstichting (in 1921) voor de volledige reconstructie van het St. Pietershospitaal dat universitair geworden was, en die van de Faculteit voor Geneeskunde op een nieuwe plaats (Waterloolaan). Hij had eveneens deel genomen aan het concept van een nieuw Brugmannziekenhuis, ingehuldigd op 23 juni 1923 ; hij was er bovendien dienstchef Heelkunde.
In het kort, Dr. Antoine Depage had uitstekende contacten met de Universiteit en de Godshuizen en werd hierdoor beschouwd als ideale onderhandelaar tussen de twee instellingen.
Op 3 mei 1923, kwamen de twee partijen tot een akkoord : de oprichting van een dienst radiumtherapie die af zou hangen van Dr Depage in het Brugmannziekenhuis.
Maar deze laatste werd ernstig ziek en kon zich niet bezig houden met het beheer van het project.
Op 9 april 1924, tijdens een vergadering met onder andere de dokters Vandervelde, J. Verhoogen, Jacqué, Jules Bordet en Albert Dustin, nam het project een veel grotere omvang aan : er werd beslist dat de toekomstige dienst voor tumoren van het Brugmannziekenhuis niet alleen zou bestaan uit een medisch behandelingsdepartement van 20 bedden die afhingen van de Heelkunde, maar ook zou bestaan uit een onderzoeksdepartement dat de laboratoria voor fysica, biologie, van "onmiddellijk klinisch onderzoek" en van de afnamen zou bevatten.
Dit nieuw centrum zou beheerd worden door een Wetenschappelijke Raad samengesteld uit 3 geneesheren : de Drs Depage, Vandervelde en Bayet en 4 wetenschappers : de fysicus Piccard, de bacterioloog Jules Bordet, de biochemicus Slosse en de anatoom patholoog Albert Dustin.
Het nieuwe centrum werd ingehuldigd op 22 juni 1925 in aanwezigheid van Koningin Elisabeth. Men betreurde de afwezigheid van Marie Curie die het nieuwe centrum nochtans veel succes toe wenste.
Het centrum was dus een autonome universitaire dienst die gelegen was in het centraal paviljoen van het Brugmannziekenhuis gebouwd was op vraag van de "Conseil des Hospices" door Victor Horta, bekend Belgisch architect.
Het bestond uit 3 diensten :
1) Heelkunde met Dr Danis (Dr Depage was overleden net vóór de inhuldiging van het centrum).
2) Pathologische Ontleedkunde met Dr. Dustin en
3) Radiotherapie en radium met Dr Murdoch.
Het centrum functionneerde onder toezicht van een Hogere Raad samengesteld uit afgevaardigden de ULB en de COO (Commissie van Openbare Onderstand) die de "Conseil des Hospices" opvolgden en waarvan de samenstelling in 1937 de volgende was : Prof. Dustin, M. Goossens-Bara, Prof. Bigwood, Prof. Bordet, Prof. Murdoch, Prof. Piccard, Prof. Weil, Dr. Loicq.
De "Conseil des Hospices" leverde de lokalen en de infrastructuur voor de hospitalisatie ; de Universiteit daarentegen leverde het radium en de speciale apparaten die nodig waren voor zijn gebruik en zijn onderhoud evenals de apparaten van de radiotherapie.
Vanaf 1933 en 1934, voegden zich de laboratoria voor radiologie en radiologische fysica bij het nieuwe centrum.
De tekst is verdeeld in 5 delen om een redelijke downloadingstijd toe te laten :
- 1822 tot 1934 : u bent er !
- 1935 en 1936
- Vooruitzichten : Architectuur, Gebouwen...
- Inhulding
- Diaporama
Wij danken M. Guilardian, verantwoordelijke van het Archief van het O.C.M.W. voor de beelden en teksten die gracieus tot onze beschikking werden gesteld.
