Overslaan en naar de inhoud gaan

Triple-negatieve borstkanker: beter begrijpen waarom sommige patiënten reageren op immunotherapie

Een internationale studie, uitgevoerd in samenwerking met het Institut Jules Bordet (H.U.B), draagt bij aan een beter begrip van de respons op immunotherapie bij triple-negatieve borstkanker.

Bij gevorderde triple-negatieve borstkanker kan immunotherapie worden toegediend in combinatie met chemotherapie. Niet alle patiënten reageren echter op dezelfde manier op de behandeling. Onderzoekers proberen daarom beter te begrijpen waarom.

Deze nieuwe studie, gepubliceerd in het prestigieuze wetenschappelijke tijdschrift Cell Reports Medicine, maakt onder meer gebruik van tumormonsters die werden afgenomen in het kader van SYNERGY, een internationale klinische studie die wordt gecoördineerd door het Institut Jules Bordet. Dankzij deze monsters konden de onderzoekers de kenmerken van de tumoren en hun omgeving grondig bestuderen.

De studie werd uitgevoerd binnen IMMUCAN, een Europees consortium dat onderzoekers en gespecialiseerde centra samenbrengt om de mechanismen die aan de basis liggen van respons en resistentie tegen kankerbehandelingen beter te begrijpen. De onderzoekers combineerden verschillende technologieën om zowel de kenmerken en activiteit van tumorcellen als de cellen in hun omgeving te bestuderen.

De onderzoekers ontdekten dat het gedrag van een tumor niet alleen wordt bepaald door de kankercellen zelf. Ook de omgeving rond de tumor speelt een belangrijke rol. Sommige tumoren worden omgeven door een omgeving die de werking van het immuunsysteem lijkt te bevorderen. Andere ontwikkelen daarentegen een omgeving die de tumor kan helpen om resistent te worden tegen de behandeling.

De studie biedt ook meer inzicht in wat er tijdens de behandeling in de tumor gebeurt. Door stalen te vergelijken die vóór de behandeling en na twee weken behandeling werden afgenomen, konden de onderzoekers veranderingen in de tumormicro-omgeving vaststellen. Bij patiënten bij wie de ziekte minder gunstig evolueerde, nam het aantal bepaalde immuuncellen, waaronder macrofagen, toe.

“Deze resultaten tonen aan hoe belangrijk het is om niet alleen naar de tumorcel zelf te kijken, maar ook naar de volledige omgeving errond”, legt oncoloog Elisa Agostinetto, onderzoekster aan het Institut Jules Bordet en mede-auteur van de studie, uit. “Een beter begrip van deze interacties kan ons op termijn helpen om te identificeren welke patiënten het meest baat kunnen hebben bij immunotherapie en om nieuwe strategieën te ontwikkelen om resistentiemechanismen te omzeilen.”

Deze studie illustreert ook de waarde van internationale samenwerkingen binnen het academisch onderzoek. Door onderzoekers, clinici en verschillende expertises samen te brengen binnen initiatieven zoals IMMUCAN, met de steun van organisaties zoals EORTC (European Organisation for Research and Treatment of Cancer), die internationale klinische kankeronderzoeken coördineert en ondersteunt, en BIG (Breast International Group), een internationaal netwerk dat zich toelegt op klinisch onderzoek naar borstkanker, kunnen de in klinische studies verzamelde stalen diepgaand worden onderzocht en kunnen de resultaten worden vergeleken met gegevens van andere patiëntengroepen.

De studie onderstreept ook het belang van Europese financiering, die essentieel is om dergelijke internationale samenwerkingen en dit type academisch onderzoek verder te ontwikkelen.

Op termijn kunnen deze onderzoeksresultaten bijdragen aan een meer gepersonaliseerde behandeling van triple-negatieve borstkanker en aan de identificatie van nieuwe therapeutische mogelijkheden.